Home    Links       Sitemap   Contact   Een fabeltje

 



Een fabeltje

 Feuilleton in 7 delen

 

Deel 1

"En we noemen je Pietje!", dat was het eerste wat hij zich herinnerde!
Hij was net uit het ei gekropen, het was een heerlijke lentedag in mei en keek om zich heen. Boven zich zag hij de snavels van zijn vader en moeder en om hem heen lagen nog een aantal eieren, waar zijn broertjes en zusjes verwoede pogingen deden uit te komen. Hij was nog drijfnat, maar zijn vader had al een lekkere verse worm klaar in zijn snavel. Na deze vroege eerste lunch deed Pietje zijn ogen dicht, hij was wat slaperig van het vele werk en begon zacht te fluiten. Hij nam zich voor dit altijd te doen als hij het naar zijn zin had.

In de maanden die volgden gebeurde er veel, pa en ma kwamen niet alleen steeds met verse wormen voor alle kinderen aan, maar ook met zaden en vruchtjes en dus groeide Pietje uit tot een dik vogeltje en ... hij leerde vliegen. In het begin ging het  moeizaam, hij floot niet veel, maar alras lukte het hem beter en beter. Soms was hij een hele dag weg, rustte af en toe wat uit op een tak en vloog en floot dat het een lieve lust was. Zijn ouders waren trots op hem, maar spoorden hem ook aan vooral te blijven vliegen en om nog meer te trainen. Ze zeiden tegen hem: "Dat moet wel, want je bent een trekvogel." Wist Pietje veel wat dat betekende!

Toen de herfst kwam, werd dat al snel duidelijk. Pa zei dat het koud zou worden in Fryslân en dat ze met vakantie gingen naar een ver vreemd land, waar zijn ouders een tweede boom hadden. Het land heette Zuid-Afrika. Pietje zocht wat informatie op over dat land  en zag het wel zitten.
Op een middag zei pa dat het zover was en de hele familie verzamelde zich in de boom. Even later vertrokken ze. Onderweg sloten ze zich aan bij nog meer familieleden, ooms, tantes, neven en nichten, maar ook vreemde vogels van een andere tak voegden zich bij de inmiddels grote groep aan en samen vertrokken ze naar dat verre Zuid-Afrika.

Pietje was blij dat hij getraind had. In het begin floot hij nog, maar hij had al zijn energie nodig om de groep te blijven volgen. Oké, af en toe stopte de groep voor lunch en diner en een korte slaap, maar het was voornamelijk hard doorvliegen.
Hij zag mooie landen onder zich voorbij trekken en gekke dieren met lange slurven en dieren met lange nekken, maar uiteindelijk maakten pa en ma zich een beetje van de groep los en doken naar een mooie boom in de buurt van een stad: "Dat is Kaapstad," zei pa.
Pietje had geen oog voor de schoonheid van de boom, de stad of het land. Hij was te moe om te fluiten en had het ook helemaal niet naar zijn zin. Hij was uitgemergeld, mager, en vooral moe, moe, moe ... en viel in slaap.

Benieuwd hoe dit afloopt? Lees dan hier het vervolg ...

.