|
Een
fabeltje
Feuilleton
in
7
delen
Deel
2
Pietje
werd
uren
later
wakker
en
keek
verbaasd
om
zich
heen.
Waar
was
hij?
Langzaam
kwam
alles
boven,
maar
vooral
voelde
hij
zijn
lege
maag.
Hij
sloeg
zijn
vleugels
uit,
die
waren
nog
wat
stram
van
de
lange
vlucht
en
begon
te
vliegen
en
hij
verkende
de
omgeving
en
zocht
wat
eetbaars.
Hij
vond
genoeg
en
hoewel
het
anders
smaakte,
hij
vond
dat
buitenlandse
eten
wel
lekker.
Hij
vloog
steeds
verder
rond,
hij
zag
witte
vogels
en
zwarte
vogels,
maar
meestal
niet
samen.
Dat
moest
hij
maar
eens
aan
zijn
ouders
vragen.
Verder
genoot
onze
Piet
van
het
lekkere
weer
en
hij
floot
bijna
iedere
dag.
Zelfs
het
links
vliegen
had-ie
snel
onder
de
knie.
Met
Kerstmis
dacht
hij
aan
de
andere
vogels
die
in
Fryslan
gebleven
waren
en
het
nu
wel
koud
zouden
hebben.
Nee,
het
leven
van
een
trekvogeltje
was
zo
gek
nog
niet.
Het
enige
wat
hem
telkens
weer
met
de
snavel
op
de
feiten
drukte,
was
dat
hij
weer
dacht
aan
de
lange
vlucht
hier
naar
toe
en
dat
hij
straks
dat
hele
"klere"
eind
weer
terug
moest.
Aan
het
einde
van
de
Afrikaanse
zomer
riepen
zijn
ouders
Pietje
bij
zich.
Ze
zeiden
dat
ze
binnenkort
weer
met
zijn
allen
naar
Fryslan
zouden
vliegen,
maar
dat
als
ze
daar
aangekomen
waren
Piet
op
zichzelf
moest
gaan
wonen.
Hij
had
nu
alles
geleerd,
hij
was
volwassen
geworden.
En
zijn
ouders
gingen
een
nieuw
nest
bouwen
voor
meer
broertjes
en
zusjes.
Een
week
later
was
het
zover
en
vloog
de
hele
familie
naar
het
noorden
en
Pietje,
weer
helemaal
aangesterkt
en
volgevreten,
ging
mee.
Op
de
laatste
overnachtingsplek
ergens
in
de
buurt
van
Frankrijk
namen
zijn
ouders
afscheid
en
zeiden
tegen
Piet:
"Morgen
gaan
we
vroeg
weg,
want
we
vliegen
nu
in
één
ruk
door.
Omdat
jij
van
uitslapen
houdt,
zullen
we
je
niet
wakker
maken.
Van
hieruit
weet
je
de
weg
wel!"
Zijn
ouders
hadden
gelijk,
Pietje
was
een
uitslaper
en
de
volgende
morgen
werd
hij
wakker
in
een
lekker
lentezonnetje
en
hij
keek
om
zich
heen:
iedereen
was
verdwenen.
Hij
was
best
nog
wel
moe,
maar
na
een
ontbijtje
en
wat
gefluit
besloot
hij
toch
maar
te
gaan
vliegen.
Alleen
vliegen
was
best
zwaar,
geen
kans
om
even
in
de
slipstream
van
Pa
te
gaan
en
hij
moest
alléén
tegen
de
wind
in.
Boven
België
kwam
hij
in
een
lentestorm
terecht
en
werd
helemaal
uit
koers
geblazen
en
af
en
toe
moest
hij
naar
beneden
om
even
bij
te
komen.
Was
hij
maar
vroeger
opgestaan!
Van
fluiten
was
even
geen
sprake
meer!
Hij
keek
om
zich
heen
en
zag
iets
vreemds,
hier
was
hij
nog
nooit
geweest.
Maar
de
vogels
vlogen
hier
ook
links!
Hij
vroeg
de
goede
weg
naar
Fryslân
en
kreeg
te
horen
dat
hij
in
Engeland
was,
maar
de
vogels,
netjes
opgevoed,
wezen
hem
de
de
juiste
richting
en
na
wat
uurtjes
vliegen
zag
hij
al
weer
het
strand
van
de
Nederlandse
kust.
Even
verder
zag
hij
vanuit
de
lucht
beneden
hele
grote
vogels
op
de
grond.
Hij
had
die
wel
eens
hoog
in
de
lucht
gezien
als
kleine
stipjes
en
hij
besloot
die
grote
vogels
nu
eens
iets
beter
te
bekijken.
Het
waren
rare
vogels
van
ijzer
met
vast
vleugels
en
hij
zag
allemaal
mensen
naar
binnen
gaan.
Aha,
dat
waren
vliegtuigen.
Pa
had
er
eens
voor
gewaarschuwd
dat
hij
daar
uit
de
buurt
moest
blijven,
want
ze
konden
je
zo
maar
naar
binnen
zuigen
en
dan
was
je
snel
de
gebraden
pineut.
Pietje
besloot
het
eens
beter
te
bekijken
en
zag
dat
ieder
vliegtuig
zo
zijn
eigen
bestemming
had.
Hij
zag
namen
van
landen
die
hij
nog
nooit
gezien
had,
maar
bij
gate
E7
stond
een
grote
blauwe
vogel
en
die
zou
naar
Kaapstad
gaan!
Dat
zou
hij
onthouden
en
fluitend
bleef
hij
nog
even
op
Schiphol
en
vertrok
daarna,
goed
uitkijkend
voor
de
grote
ijzeren
vogels,
naar
Fryslân.
Hij
zocht
een
gezellige
boom
in
de
buurt
van
Leeuwarden
niet
al
te
ver
van
zijn
ouders
en
keek
naar
zijn
lichaam.
Hij
was
weer
vermagerd,
maar
er
was
hier
genoeg
te
eten.
Hij
was
wel
moe
en
ging
lekker
slapen.
Benieuwd
hoe
dit
afloopt?
Lees
dan
hier
het
vervolg
... 

|